Uitspraak

Nadat het onderzoek is afgesloten doet de commissie zo spoedig mogelijk uitspraak.

Bij Bopz-klachten beslist de commissie binnen twee weken indien de klacht betrekking heeft op een nog lopende toepassing van het besluit, en binnen vier weken indien de klacht betrekking heeft op een besluit waarvan de toepassing reeds beëindigd is.

De commissie is niet bevoegd om klachten te behandelen, voor zover die strekken tot vergoeding van geleden schade. De commissie doet hier dan ook geen uitspraak over.

De commissie kan tot het oordeel komen dat de klacht of een deel van de klacht gegrond of ongegrond is.

De commissie kan aanbevelingen aan de zorgaanbieder doen. Dit zijn adviezen die erop gericht zijn om soortgelijke klachten in de toekomst te voorkomen.

De commissie deelt haar uitspraak altijd schriftelijk mee. De uitspraak wordt naar de klager en naar de Raad van Bestuur van de zorgaanbieder gestuurd, en naar de cliënt, indien deze niet zelf de klager is. Bij Bopz-klachten wordt de uitspraak ook naar de behandelende persoon, de Bopz-arts en de Inspectie voor de Gezondheidszorg gestuurd.

De Raad van Bestuur van de betreffende zorgaanbieder deelt zo spoedig mogelijk na ontvangst van de uitspraak aan de klager, aan degene op wie de klacht betrekking heeft en aan de commissie schriftelijk of per e-mail zijn oordeel over de klacht mee. Hij motiveert zijn oordeel en geeft aan of de klacht aanleiding geeft om maatregelen te nemen en zo ja welke dit zijn en binnen welke termijn deze zullen zijn gerealiseerd.

Een uitspraak in een Bopz-zaak heeft een bindend karakter. In overige zaken is de uitspraak van de commissie juridisch niet bindend. Dat wil zeggen dat de klager geen rechten kan ontlenen aan de uitspraak en geen maatregelen kan afdwingen.

Wanneer de klager zich niet kan verenigen met het oordeel van de Raad van Bestuur, kan hij of zij zich binnen zes weken na ontvangst van het oordeel van de Raad van Bestuur wenden tot de Geschillencommissie Verpleging, Verzorging en Thuiszorg.